Lang verhaal over korte bevalling

In alle boeken staat het zo simpel aangegeven:een slijmprop is een kleine klonterige massa die je meteen als zodanig herkent. Het verliezen duidt op een aanstaande bevalling, al kan het kind nog wel een week blijven waar ‘ie zit, vruchtwater verliezen merk je echt wel, dat is een flinke guts niet te stoppen water, weeën herken je meteen, ze beginnen rustig en bouwen zich in de loop van de uren op qua kracht en snelheid.

Nou, mooi niet.

De laatste twee dagen staan in het teken van vals alarm en vage tekenen. Wel kramp, geen progressie in versnelling, wel verlies van een slijmprop , en nog één, en nog één…) maar rustige nachten met dezelfde dikke buik onder me bij het ontwaken. En verlies van vocht, maar is het vruchtwater of is het slijm? De ranzigheid in beschrijvingen waarmee ik Dennis betrek in de ontwikkelingen neemt met het uur toe, maar dat is ook alles.

We ontkomen niet aan vergelijkingen met de vorige bevalling, waarbij Sera er niet over piekerde naar buiten te komen. Beetje lekkend vruchtwater kon haar al niet imponeren, zelfs al bleek ze bij controle bijna droog te liggen, en ook opgewekte weeën met hormonale injecties brachten haar uren lang niet op het idee om zich dan maar aan mijn warme buik te ontworstelen. We hopen op een alternatief verhaal, deze keer.

Voor de zekerheid het ziekenhuis gebeld, waar we vandaag even langs moeten komen om lekkend vruchtwater en dus een herhalende geschiedenis uit te sluiten. De tas om er te kunnen blijven gaat mee, alhoewel we er duidelijk voor kiezen niet op de zaken vooruit te lopen. We gaan ervan uit dat ik weer naar huis mag na een korte controle, waaruit zal blijken dat we ons drukker maken dan nodig.

Zo gaan Sanne, Dennis, Seraphientje en de dikke buik naar het Bronovo, op avontuur. En dat wordt het ook. Ten eerste hebben we Sera die na drie uur onderzoek de rek van haar enthousiasme om rond te stappen met Dennis en de patiënten te charmeren wel heeft verkend, en zich steeds vaker gefrustreerd op de grond werpt om duidelijk te maken dat ze zich hier niet meer vermaakt.Krampend van de – nog immer – oefenweeën probeer ik haar nog wat af te leiden door op de grond te spelen met het immer succesvolle potje met muntjes, maar ook dat mag niet baten. Mevrouw baalt.

Ondertussen wisselen first, second en third opinions zich af, gegeven door telkens wisselende artsen. Geen vruchtwater meer, oja, toch wel, best veel eigenlijk, dus dat is goed, maar hé, toch lekkend vruchtwater bij interne controle, of is het gewoon slijm. In ieder geval geen ontsluiting en ach, die toenemende kramp zijn gewoon wat harde buiken.  Na een laatste intern overleg besluiten ze toch mij voor de zekerheid daar te houden, vooral omdat ze niet zeker weten wat ze meten… Morgenochtend zullen ze me in gaan leiden, de weeën opwekken met hormonen om zo zeker te zijn dat het jongetje niet te lang zonder vruchtwater zit.

Dennis heeft Sera ondertussen afgevoerd naar de auto, waar ze iets rustiger wordt. Naar huis moet dat meisje, alwaar Omanneke op haar wacht. Ik loop naar ze toe om mijn tas te halen en even flink te schelden en te huilen, want net als mijn dochter houd ik er niet van om beperkt te worden in wat ik wil. Ik wil naar huis, ik wil zelf baren, ik wil niet weer met rotzooi in mijn lijf een geforceerde bevalling! Maar goed, ik wil ook niet dat mijn koppigheid tot risico voor het jongetje. Dus diep ademen en tijdelijk mijn eigenwijsheid de kop in drukken en me overgeven aan het systeem. Zucht.

Dennis belooft terug te komen als Sera in bed ligt terwijl Omanneke oppast. Ik ga mijn tijd  maar vullen met stroopwafels en flauwe magazines, die ik half huilend afreken – de grenzen van mijn incasseringsvermogen zijn nu wel bereikt.  Zo kom ik ook boven aan: in tranen meld ik me en zeg dat ik het allemaal wel begrijp, maar erg klote vind en dat ik voorlopig wel even blijf huilen, een niet te stoppen ontlading. De meiden van de afdeling brengen me naar mijn 1-persoonskamer voor die nacht en ik maak meteen kwartier: kleren in de kast, smeersels in de badkamer, snoep en koek klaar naast het bed bij de boekjes… Alles volgens het devies dat als ik dan moet blijven, ik er maar beter het beste van kan maken.

Volgens verpleegster Anneke, een kordate vrouw die ook bij de geboorte van Sera aanwezig was, zijn de krampen nog steeds niet alarmerend, pas wanneer ze om de 5 minuten komen zullen ze eens gaan kijken, tot die tijd blijven het nog steeds harde buiken volgens de ziekenhuis-terminologieën.  Een warme douche is het volgende hoogtepunt. Het is ondertussen 6 uur en of het nu aan de ontspannende temperatuur van het water ligt of niet, op de één of andere manier komen de krampen harder aan. De kracht waarmee mijn lijf de kleine man in mijn buik omhelst is niet meer liefdevol te noemen. Zijn lijfje geeft voldoende weerstand om me flink pijn te doen, een strijd die ik helemaal niet met hem wil voeren. Dus ik brom wat verzonnen liedjes om ons beiden wat rust te geven en probeer rustig de krampen uit te ademen. We moeten immers nog een hele nacht samen zo door, om morgen een flinke krachtinspanning te gaan leveren met het inleiden van de weeën.

En dan ineens gaat het heel snel. Ik ga rozig van de douche op bed liggen, voel een volgende stekende kramp opkomen, gevolgd door een nog stevigere en net als ik denk dat dit niet gekker moet worden knapt er iets in mijn buik. Het blijkt het vruchtvlies te zijn, maar ik schrik me wild. Geen tijd om daarover na te denken, de volgende kramp dient zich aan en het zweet breekt me uit. Als dit harde buiken zijn is mijn pijngrens niet bestand tegen echte weeën. Ik zoek me gek naar de knop voor de verpleging, puf me in een hyperventilatie en vervloek de zusters die maar niet komen. Dan maar het bed uit gekropen, de hal in gestrompeld en een schoonmaakster de schrik van d’r leven bezorgd met een dramatisch ‘Help me, dit gaat niet goed, verdomme’ terwijl ik dubbelklap van de kramp.

Eindelijk verpleging en verlossing. Slimme vragen als ‘waar doet het pijn’ hoef ik gelukkig niet te beantwoorden: zuster Anneke stapt binnen, werpt 1 blik en stelt: ‘Onmiddellijk aan de slag, deze vrouw heeft persweeën!’ Ik kan alleen maar tevreden denken dat er dus niets mis is met mijn pijngrens terwijl ik met bed en al door de gang wordt gecrossed naar de verloskamer waar vijf vaardige vrouwen me opwachten.   De één belt Dennis, de ander constateert dat het hoofdje al voelbaar is, weer een ander probeert op eigen initiatief mijn camera te doorgronden en de laatste twee praten me door 3 persweeën heen.

Ik ben bijna euforisch van het besef dat ik deze bevalling op eigen kracht ga doen, pers uit volle kracht en met relatief weinig moeite sluit ik negen maanden buikbroeden af en mijn kleine, glibberige, gezond schreeuwende zoon in mijn armen. Wat is dit geweldig! De navelstreng die ons bindt mag ik doorknippen, waarmee Taran Kemuel na een turbobevalling van nog geen 3 kwartier officieel een zelfstandig opererend wezen is geworden.

En de vader? Die stormt vlak daarna binnen en wordt geconfronteerd met een zoon, terwijl hij nog ingesteld was op een rustig nachtje en morgen een ingeleide bevalling. Het telefoontje dat hij z.s.m. moest komen maakte niet echt duidelijk dat dit anders zou worden, en zeker niet dat de bevalling nu al zou zijn afgerond. Best wel onwerkelijk en zeker niet wat we voor ogen hadden, maar we leren steeds meer dat het leven met kleintjes niet te plannen is.